Suiker?

Eén van de leukere opdrachten van mijn screenwriting-class is deze:

Voeg door middel van stijl en regie-aanwijzingen iets toe aan de volgende dialoog:

PERSOON 1

Wil je suiker?

PERSOON 2

Ja graag.

PERSOON 1

Eén of twee klontjes?

PERSOON 2

Twee.

PERSOON 1

Melk?

PERSOON 2

Beetje.

PERSOON 1

Mooi weer hè?

PERSOON 2

Ja. Heel behoorlijk.

PERSOON 1

Voor de tijd van het jaar.

PERSOON 2

Zeker.

Dit heb ik er van gemaakt:

INT. GEHEIME KAMER ACHTERIN HET CAFÉ – NACHT

HAROLD wordt door een brede kerel in een strak pak binnengelaten. In het duistere kamertje staat DON op en loopt naar het koffieapparaat. Hij gebaart dat Harold plaats moet nemen in de versleten fauteuil voor het donkerbruine bureau.

DON

Wil je suiker?

HAROLD

Ja graag.

Harold legt de dikgevulde bruine envelop op het bureau en gaat zitten. Hij staat meteen weer op en trekt zijn jas uit en gaat weer zitten en drapeert de jas over zijn knie. Dan staat hij weer op en legt de jas over de leuning van de stoel.

DON

Eén of twee klontjes?

HAROLD

Twee.

DON

Melk?

HAROLD

Beetje.

DON

Mooi weer hè?

HAROLD

Ja. Heel behoorlijk.

Harold kijkt om zich heen om te zien of ergens een raam is. Hij verschuift naar het puntje van de stoel om zich zo ver om te kunnen draaien dat hij Don kan zien. Ook achter Don is geen raam.

DON

Voor de tijd van het jaar.

HAROLD

Zeker.

Don loopt van het koffiezetapparaat terug naar zijn bureau. Hij zet de koffie voor Harold neer en pakt de envelop. Halverwege naar zijn eigen stoel stopt hij en tikt de envelop tegen zijn hoofd. Hij draait zich om en loopt zonder iets te zeggen de kamer uit met de envelop.

(Had ik al verteld dat screenwriting-class heel leuk is?)