Monoloog van een onsterfelijke

“Dat vond ik nog het engst, die tijd op het schip.

De dingen die ik gezien heb, man man. De Gouden Eeuw. De industriële revolutie. En waar we nu zijn. Het is niet te geloven.

En de Zwarte Dood. Sjezus, wat een ellende.

Ja, dat was echt een moeilijke tijd.

Ik wist niet wat ik er mee moest, hè? Je kon je er niet van afwenden. Maar tegelijk kon ik er ook niets aan doen. Ík hoefde er natuurlijk niet bang voor te zijn. Dat was een raar soort tweestrijd. Daardoor wist ik eigenlijk niet hoe ik me moest gedragen. Ik voelde me écht een buitenbeetje, toen.

De havens waren een hele interessante plek destijds, daar gebeurde veel. Ik kwam daar toen vaak. En daar hoorde ik dat er een vluchtschip zou gaan. Rijkelui die bang waren voor de pest en hun geluk wilden beproeven. In de hoop ergens te komen waar de Zwarte Dood nog niet was.

Allemaal een beetje ruggegraatloze types, weetjewel, die hun verantwoordelijkheden wilden ontlopen. Ik hield me dan maar vast aan het lef dat ze hadden om zomaar per schip te vertrekken.

Zonder einddoel, hè? Ik bedoel, zonder bestemming.

De wereld was natuurlijk nog niet ontdekt. Amerika bestond nog niet. Schepen gingen toen nog niet verder dan Engeland. Je kan het je amper meer voorstellen.

Het is niet dat we even konden bellen hoe het ergens anders was, of op TV kijken of zo. We vertrokken gewoon. Op goed geluk.

Voor hetzelfde geld was de plek waar we aan land zouden gaan onbewoonbaar. Of ze zouden ons niet aan land laten. Daarom voerden we ook geen vlag.

Maar de boottocht vond ik het engst. Zodra de wind een beetje aanzette brak het zweet me uit, joh. Ik bedoel, stel je voor dat het schip zou vergaan. Dan lig ik daar. In het water. Koud. Iedereen dood. Geen idee waar ik ben. Wat moet ik dan?

Als ik ga zwemmen kan het zomaar zijn dat ik tegen de stroming in zwem en dat ik daardoor gewoon op dezelfde plek blijf liggen. Maar als ik me met de stroming mee zou laten drijven, zou ik misschien van het einde van de wereld vallen.

Haha, dat had je toen nog. Het einde van de wereld.

Maar daar was ik echt bang voor, joh. Dat dat schip zou vergaan.”