Ik doe niet meer mee

Een kort verhaal in eigen opdracht met als onderwerp: ‘Kassière en vaste klant’.

“Zo, jij bent wat van plan.”

Ze is een halfbloed, maar hij weet niet precies waar de exotische helft vandaan komt. Waarschijnlijk ergens uit Azië. Met Aziatische vrouwen is het altijd zo dat ze heel aantrekkelijk zijn, óf heel onaantrekkelijk. In de eerste categorie verliezen ze soms hun schoonheid boven een bepaalde leeftijd, maar die is zij al gepasseerd. En ze is nog steeds mooi.

Hij is een vaste klant, ze kent hem. Nou ja, ze kent zijn naam niet, maar ze heeft hem vaak genoeg aan haar kassa gehad om te weten dat dit zijn vaste supermarkt is. Hij ziet er altijd goed verzorgd uit, netjes gekleed. Niet onaantrekkelijk. Ze maakt graag een praatje met haar klanten, maar hij is altijd gesloten. Een beetje gespannen.

De laatste tijd veranderen zijn boodschappen. Het duurde een paar weken voordat ze het door had. Hij koopt nog steeds maar voor één of twee dagen en voor één persoon, maar de diepvriespizza’s en éénpansmaaltijden zijn gaandeweg vervangen door havervlokken en verse groeten en fruit.

Maar vandaag is alles anders. Hij tilt de ene grootverpakking na de andere op de loopband. Blikken bonen, soepen en fruit, een grote zak rijst. Allemaal houdbare levensmiddelen.

“Nou en of,” zegt hij. Hij kijkt haar recht aan. Ze schrikt van zijn blik en houding. Ze ziet iets in hem dat ze nog nooit eerder gezien heeft. Vastberadenheid, niet vanuit boosheid maar vanuit een soort opluchting. Een aantrekkelijke zelfverzekerdheid.

“Wat dan?”

“Ik doe niet meer mee,” zegt hij. “Ik stop er mee. Ik stap er uit.”
Normaal glijden de boodschappen onafgebroken over de rode laser van de kassa terwijl ze een praatje maakt met haar klanten, maar nu stokt ze. Het ontbreken van de piepjes maakt het een onwerkelijk moment.

“Wat dan?” herhaalt ze, bij gebrek aan een betere vraag.

“Gewoon, ik doe er niet meer aan mee. Ik word gek van al het gedoe in deze stad. Iedereen verwacht maar van alles van me. Ik moet genoeg geld verdienen om dingen te kopen die ik helemaal niet nodig heb. Ik moet me om de haverklap verantwoorden voor zaken waar ik helemaal geen mening over wil hebben. Mijn huis moet almaar groter, mijn auto duurder, mijn TV moet steeds meer zenders. Ik heb er genoeg van. Ik doe niet meer mee.”

Ze kijkt hem gefascineerd aan. Zijn gebruikelijke ongemakkelijkheid is verdwenen, hij ziet er zelfs nonchalant uit. Een joggingbroek en stevige leren laarzen, een grijze rubberen regenjas. Hij heeft zich niet geschoren en zijn haar zit niet meer strak in de wax.

“En nu?”

“Ik heb een camper gekocht, daar gooi ik dit straks allemaal in. Ik heb mijn bankrekeningen opgezegd, mijn paspoort in de shredder gestopt, wat nog verdomde lastig was, en mijn complete administratie ligt in een grote doos in de camper. Die ga ik straks gebruiken om het vuur aan te steken waar ik mijn eerste maaltijd in de buitenlucht op ga koken.”

Haar hart klopt in haar keel. “Jeetje, zou je dat nou wel doen?”

“Zeker weten. Wist je dat het 90 dagen duurt voordat al je gegevens van Facebook verdwenen zijn als je je profiel verwijdert? Niet normaal. Ik log gewoon in: Martijn van Wegener, ben ik anderhalf uur op zoek naar het goede knopje om mijn profiel te vernietigen. Zeggen ze doodleuk dat het pas na 90 dagen écht weg is. Anyway. Vanavond om zeven uur vertrek ik in de richting waar de meeste sterren staan. Adieu.”

Ze geeft hem met trillende handen zijn bon. Ze weet niet zo goed wat ze moest zeggen. “Nou, tot ziens dan maar. En succes en zo.” Hij betaalt met cash en verdwijnt in het felle daglicht tussen de automatische schuifdeuren.

De schemering is donkerder dan normaal, door de regenwolken. De kleine camper staat voor het portiek.

Hij draagt een canvas rugzak om één schouder als hij zijn voordeur uit komt. Hij trekt de deur dicht, draait hem op slot en haalt de sleutel er uit. Hij stopt, kijkt naar de sleutelbos in zijn hand, haalt de autosleutel er af en laat de huissleutels demonstratief op de grond vallen voordat hij zich omdraait om naar de camper te lopen.

Ze staat voor het bestuurdersportier van de camper. Haar capuchon hangt net niet voor haar ogen. Ze houdt met twee handen een grote verhuisdoos voor zich.

Hij kijkt verbaasd. “Ben ik mijn boodschappen vergeten?”

Ze kijkt hem recht aan met grote ogen. “Dit is mijn administratie. Laten we er een feestmaal op koken.”