Goed volk.

Dit stuk verscheen als column in november 2015 in EvenBEELD

Vanaf mijn zestiende was skateboarden mijn leven. Het was een manier om me te uiten. Het gaf me het gevoel dat ik anders was, maar wél ergens bij hoorde. Als skater maakte het niet uit waar je vandaan kwam of wie je was. Als je skater was, was je in orde. Goed volk. Het leerde me van een afstand naar dingen te kijken en te begrijpen dat iedereen een plek in de wereld heeft.

Toen ik op mijn 22ste uit militaire dienst kwam en een vaste baan kreeg, kwam er een ander sociaal leven voor in de plaats. Volwassen verplichtingen beletten me om een hele nacht met een groep skaters de stad te doorkruisen om onze sporen op gebouwen en in parkeergarages achter te laten. Vriendschappen verwaterden en nieuwe interesses openbaarden zich. En mijn enkels en knieën vonden dat eigenlijk ook wel fijn.

Ik rolde niet meer. Toch voelde ik me altijd een skater. Alsof het genetisch bepaald is. Ik herken skaters, ook zonder board. Ik kijk altijd om als ik het geratel van wieltjes hoor. Zelfs als het overduidelijk een rolkoffer is.

Nu ben ik 44. Een klein jaar geleden trok ik bij mijn liefje in. Mijn oude board kreeg een plekje in ons kleine huisje. Ongemerkt surfte ik steeds vaker sentimenteel langs oude skateboardvideo’s op YouTube. Filmpjes die we twintig jaar geleden op gekopieerde videobanden met elkaar deelden en zó vaak keken dat het beeld bijna onherkenbaar versleten was.

Benieuwd naar de huidige generatie skaters koop ik kaartjes voor de première van We Are Blood in Tuschinski in Amsterdam. Een film met de beste skaters van nu. Namen die ik niet ken. Als we de zaal uit lopen hou ik het niet langer.

Het is twaalf uur ’s nachts. Ik heb meer dan twintig jaar niet op een skateboard gestaan. Ik stap op mijn board en maak een rondje om mijn stramme spieren op te warmen. Mijn benen lijken van rubber, eng en instabiel. Ik ben bang om te vallen. Maar meteen komen de bewegingen van vroeger weer terug. Alsof mijn spieren ze in een speciaal vakje bewaard hebben. Ik geniet van de rauwheid van het asfalt en het beton, de harde wieltjes, het metaal en het hout van mijn board. En van het gevoel van zweven, van sierlijkheid, evenwicht en stijl.

Een ventje van zestien dat aan de andere kant van het plein aan het skaten is, komt naar me toe rollen. We hebben elkaar nooit eerder ontmoet. We slaan eerst elkaars vlakke rechterhanden en stompen daarna elkaars vuisten.

“Alles goed?”
“Ja man.”

Goed volk.